woensdag 19 juni 2024

 Deze blog wordt elders voortgezet. Het nieuwe adres is: paul.indo-in-dozen.nl

zaterdag 17 juni 2023

Stilte voor de storm?

Er is nogal wat water door den Rijn gestroomd sinds mijn vorige bericht.

Een groot aantal dierbaren is ons ontvallen. Ik ga geen namen noemen, uit angst iemand over te slaan, de leeftijden varieerden van 97 jaar en nog wat aan de bovengrens tot enkele uren aan de ondergrens. Stuk voor stuk in en in verdrietig.

Mama's heengaan betekende dat ik ergens onderdak moest zien te vinden. Dodo bood mij een piepkleine etage in de Marconistraat aan op een steenworp afstand van Esther en Mahesh. Ideaal! Op loopafstand!

Dodo was heel relaxed. Ik mocht gewoon binnen roken en dat deed ik dan ook met mate. 

Hoewel de afstand gelijk bleef, nam de tijd om naar Nr 191 te lopen, behoorlijk toe. De trap naar mijn kamer werd ook steeds moeilijker te nemen en ik werd door mijn gebrek aan gezondheid elders te gaan wonen. Met fikse tegenzin, want ik had het goed naar mijn zin bij Dodo, de zeer getalenteerde nicht van Claudy. Helaas heeft ook Dodo zich gevoegd bij de ons ontvallenen.

Met de hulp van vooral Mahesh, zijn broer Dennis en Essie kon ik een riante 3 kamerflat op 5 hoog betrekken. Justin, Eelco en Richard hebben geholpen met verhuizen en overtollig witgoed en een berg papieren van Oma Riek, papieren die eens zouden worden uitgezocht om inzicht te krijgen in het leven van de vorige generatie.

De jaren kabbelden voorbij, de papieren van Oma Riek vergaarden stof en alweer werd duidelijk dat het spreekwoord dat de weg naar de hel geplaveid is met goede voornemens, een kern van waarheid heeft. Totdat Spencer Vos aan het firmament verscheen. Als Oma Riek had geleefd, had hij het stempel "reddende engel" gekregen.

Spencer doet onderzoek naar de gemeentelijke gaarkeuken in Bandung tijdens de japanse bezetting. Of ik er iets van af wist? Nee, niets. Ik werd een klein jaar na het eind van de oorlog geboren. Alles wat ik wist, had ik van horen zeggen. Ik had wel wat handgeschreven documenten, die mogelijk meer inzicht zouden kunnen geven.

Voor de derde zondag op rij, is Spencer vanuit IJmuiden, waar hij woont naar Den Haag gekomen. Daar spit hij door de papierverzameling van Oma Riek heen. Zijn bezoeken leveren concrete resultaten op, PDF's van Oma Riek's egodocumenten. Maar ook andere stukken en bewijzen die van belang zijn voor zijn onderzoek. Dat onderzoek zal nog wel enige tijd vergen, fijn. Heb ik toch wat om naar uit te kijken.

Spencer aan het spitten




maandag 19 december 2016

Indo?


Dit soort taferelen zijn uit het straatbeeld verdwenen. De Indo als minderheid, komt niet meer in de statistieken voor, 

Een schoolvoorbeeld van assimilatie en integratie?  Mogelijk! Indo's geboren voor de soevereiniteitsoverdracht werden voor de wet "autochtoon", zij die na deze datum in Indonesië werden geboren, kregen het stempel "allochtoon". Gek, maar waar. Zo kon het dat binnen één gezin, leden met verschillende oorsprong-stempeltjes konden voorkomen. Gelukkig is het niet meer "bon ton" om deze begrippen te hanteren. 

De meeste Indo's zijn altijd Nederlander geweest en voor de meeste was, na het vertrek uit Indonesië, er geen weg terug. Voor hen was er geen sprake van ballingschap, de komst naar Nederland was een "thuiskomst".

Natuurlijk was het even wennen in het begin. De ontvangst was niet altijd hartelijk. Nederland was aan het bijkomen van de bezetting door onze inmiddels goed bevriende oosterburen. Veel spullen konden alleen  "op de bon" worden gekocht en het stak sommigen dat gerepatrieerden een dubbele dosis bonnen kregen terwijl ze de hongerwinter niet hadden meegemaakt en ook geen bloembollen hadden hoeven eten. 

Over de opvang in Nederland is veel te zeggen. Ik volsta met de constatering dat de meeste gerepatrieerden, die niet in staat waren om zelf de kosten van opvang te dragen, jarenlang bezoek kregen van een DMZ medewerker, die een deel van het inkomen kwam incasseren, totdat de gehele schuld was ingelost. Gelukkig gaat dat tegenwoordig anders. 

Het heeft geen zin om met een bril van 2017 en de daarmee samenhangende normen en waarden terug te kijken. Men kan alleen maar blij zijn dat tegenwoordig vluchtelingen op een meer humane behandeling mogen rekenen.

Bij het "inburgeren", om maar een modern woord te gebruiken, ging veel verloren. De eerste generatie in haar pogingen te "assimileren", sprak niet of weinig over het verleden. Vond de eigen cultuur  en identiteit ondergeschikt aan het belang om op te gaan in de Nederlandse samenleving.

Bij het dagelijks bereiden van de maaltijd werd in sommige gevallen overgestapt op "aardappelen", sommigen meden het gebruik van knoflook en peteh, om over trassi maar te zwijgen. Niet alle recepten gingen verloren. Familierecepten worden niet prijsgegeven, maar als je geen kookboek wilt raadplegen is Indonesisch Culinair een goede bron. (De tijd heeft niet stilgestaan en Indisch koken is geëvolueerd in Indonesisch; hoewel de begrippen bepaald niet synoniem zijn.).  

Indo's opgeslokt door de menigte. Het gevolg hiervan? 

Indo's die niet weten dat ze Indo zijn.Enkele voorbeelden: "Mijn moeder was Indisch, ik niet.", "Ik ben Molukker", of wanneer ze een Javaanse vader hebben en een Nederlandse moeder, "Ik ben Nederlands-Surinaams".  Geen benul van etniciteit. Maar goed ook;-)

Indo's die geen Indo willen zijn. "Ik heb Spaanse voorouders" of in een enkel mij bekend geval het haar blonderen en zich afgeven op Moslims of niet westerse immigranten, ondanks de verraderlijke siepiete ogen. Indo boenglon, mogen er ook wezen.

Blijft over een grote groep Indo's die gewoon Indo is. Een klein deel, houdt de herinnering vast, doet onderzoek, schrijft boeken en of publiceert websites, maakt muziek of andere kunst,  Ik ken een geweldig Indisch tijdschrift, mogelijk zijn er meer. 

Niet alle Indo's wonen in Nederland. Een grote groep is geëmigreerd naar de Verenigde Staten. Boudie Rijkschroeff  maakte recent een documentaire over een aantal van hen, Ik vind het een boeiende film en ik herkende veel van de sentimenten. 

Mijn familieleden die "Tempo Doeloe" hebben meegemaakt, zijn, op een enkele oom na, die naar Amerika vertrok, overleden. Ik had het geluk van de vorige generatie veel over het leven toen te hebben mogen horen en kan van harte, de AmerIndo Dream, aanbevelen.











maandag 11 mei 2015

"Opa bazelt u niet meer op uw blog?"

Ach jongen, er valt genoeg te bazelen, maar ik kom er gewoon niet toe. Het leven kabbelt verder en je doet wat je doen moet. Verstand op nul, blik op oneindig. Iedere dag feest; zolang als Oma Riek er is en het naar haar zin heeft.

Mijn "blogzin", werd getriggered door een bericht op Teletekst:
Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar die winterdag, tijdens het laatste seizoen dat de ganzenjacht "open" was.

In de hut bij Lemmer, met mijn Ierse vrinden Turlough en Liam. Op enkele honderden meters afstand. een Volvo station; de achterklep open en een toeter van een telelens op ons gericht.

Wij laten ons niet afleiden en klokslag 10, ruimen wij de lokstal op en begeven wij ons naar onze geparkeerde auto. De Volvo staat inmiddels naast de onze. Als wij er aan komen, worden wij verwelkomd door de inzittenden van het voertuig, met lopende camera!

Het illustere gezelschap bestond o.a. uit de heren M. Gauss, bekend van zijn dierenmanieren; de heer Hess, van kritisch faunabeheer uit de Asterstraat in Den Haag. Een niet nader bekende "Kleerkast" en nog wat lieden, waaronder de cameraman.

(Vandaag de dag, is kritisch faunabeheer, van het firmament verdwenen. Haar toenmalige leden hebben zich verspreid onder eens, bona fide organisaties en erger nog, de macht overgenomen. Zoals bij de Dierenbescherming, Monumentenzorg en andere "jachtvriendelijke" organisaties, die van binnen zijn uitgehold. Maar deze problematiek; ter zijde!)

Gauss  interviewde ons en zonder zonder onze  instemming; journalistieke vrijheid moet worden geëerbiedigd, werden de beelden uitgezonden met de krachtige boodschap dat de jacht op ganzen moest worden verboden.

Er volgde een brede maatschappelijke discussie in de toen bestaande media. De anti's kregen hun zin, zoals altijd en ondanks de waarschuwingen van de pragmatici, werd de jacht op ganzen verboden.

Nu, slechts enkele decennia later, blijkt hoe onverstandig dat besluit toen was. Al jaren zijn, zich noemende "jagers", (in vergane tijden aangeduid als NSB'ers, ), bereid om ganzenpopulaties op verzoek van plaatselijke autoriteiten, binnen de perken te houden. Ondanks hun inspanningen, moest vandaag worden besloten ,tot  vergassen over te gaan.

Dat het onverstandig was om de jacht op ganzen te verbieden, met als gevolg dat nu vergassen usance is geworden, is evident.

Dat besluit tot vergassen, stemt niemand vrolijk, zelfs de Hess van de dierenmanieren van Gauss; (niet te verwarren met de inwoner van de Spandau), waarschijnlijk niet, Alhoewel? Het laten vergassen van God's schepselen, is  niet vandaag uitgevonden. Of men er blij mee mag wezen? Hess und andere leuten haben es nicht gewusst, verstandige lieden nu weten wel beter.













woensdag 23 juli 2008

Een memorabele dag: 1 juli 2008.

Het kabinet verbiedt roken in de Horeca en voert een nieuwe vliegtaks in.

Om met laatste te beginnen, duizenden Nederlanders, waaronder ik, vertrekken voortaan vanaf Dusseldorp, Frankfurt of Zaventem. De tijd en kosten wegen voldoende op tegen de tax en de parkeerbelasting die je op Schiphol zou moeten betalen.

Het rookverbod is een geheel andere kwestie. Er is een aantal gelegenheden waar men in speciale ruimten mag roken. Een groeiend aantal dat het verbod aan de laars lapt. Een aantal dat terrassen gaat verwarmen zodat men beschut en warm buiten mag roken. Dus als je een roker bent en wilt roken als je uitgaat, eerst vaststellen dat er mag worden gerookt waar je van plan bent heen te gaan.

Stoppen met roken is voor enkelen ook een optie. De overheid zal dan wel een slinks plan bedenken om de gederfde inkomsten alsnog op de burgers te verhalen.

Een goed idee is natuurlijk om gewoon in huiselijke kring te doen wat je van plan was in het cafe of restaurant te doen. Je nodigt een aantal gelijkgestemden of zakelijke relaties thuis uit en houdt een cocktail party of diner. Je behoudt de fiscale voordelen en hebt de gehele regie zelf in handen. De regie want het daadwerkelijke werk kun je gewoon uitbesteden aan bv: www.koksonline.nl

Beschik je niet over een woongelegenheid waar je zoveel gasten kunt ontvangen of heb je geen zin in het opruimen van de rotzooi, geen probleem, er zijn appartementen te huur per dagdeel te huur waar je gezelschappen van 10 tot wel 400 mensen kunt bergen. Je kunt er rustig roken en de kosten zijn fiscaal aftrekbaar, natuurlijk alleen als de bijeenkomst een zakelijk doel heeft.

Een tijdje geleden was ik aan het brainstormen met mijn jonge vakbroeder Hans in Jelenia Gora, het voormalige Hirschberg, in Polen. Wij verbleven er in een appartement in een biologische boerderij voor een schijntje. Heerlijk eerlijk eten, ontbijt en avondeten, voor nog geen 25 euro pppn. In horeca gelegenheden hielden wij onze Poolse vrienden vrij, maar slaagden er niet in meer dan 50 euro pp op te maken. En jullie weten het als het om eten en drinken gaat, is Opa Paul niet zuinig!

Merkkleding en schoeisel is in Polen tientallen procenten goedkoper dan hier. Een pakje shag en vloei kost er 2.50 euro en een fles goede vodka, 40% alcohol, nog geen 3. Bij mij gaan er in de week 5 pakjes shag en vloei doorheen en gemiddeld 7 flessen jenever. Andere sterke drank laten wij even buiten beschouwing. Wekelijkse besparing: tabak 11 en alcohol 60=71.
Jaarlijks een kleine 3600 euro. Benzine laten wij buiten beschouwing die is aftrekbaar ivm de bijtelling van de auto.

Ik kan dus als ik mijn budget stel op 100 euro per dag, voldoende om mij dan ook luxe te laten verwennen in één van de vele daartoe geëigende gelegenheden. Op kosten van de Nederlandse staat, 5 weken naar Polen. Nu ik dat zo lees, als ik de betaalde verwennerij laat schieten, dan kan ik 10 weken weg. Niet gek, misschien minder bevredigend!

Jammer dat die politici in de EU, van plan zijn de prijzen van deze en alle andere producten in Polen op ons niveau te brengen en niet andersom; zoals je hier eigenlijk van politici zou mogen verwachten, maar daarvoor zijn het politici. Zij hebben zo hun eigen interpretatie van hoe zij het beste voor onze belangen kunnen opkomen.

dinsdag 17 juni 2008

Opa kreeg U echt stokslagen op school?


Ik heb verteld dat ik een aantal jaren op een kostschool in India heb gezeten; op Sherwood College in Nainital. Het was al een avontuur om er te komen.



Veel van mijn medeleerlingen hebben het goed gedaan. Maar geen zo goed als hij. Vroeger leken wij op elkaar:
















Opa kreeg U vroeger stokslagen op school?

Nou ja, stokslagen? Het waren slagen met een rietje van ongeveer een meter. De rietjes varieerden in lengte en dikte. Hoe langer en dunner, hoe meer flexibel en pijnlijk. “Caning”, was de term. De slagen werden op een vast tijdstip afgewerkt. Per slaapzaal, een half uur na bedtijd.

Veroordeelden werden in de slaapzaal door de prefect geïnformeerd en vormden een lijn voor het kantoor van de Principal; in aflopende volgorde van het aantal slagen dat zou worden toegediend. Dus de meeste slagen eerst.

Wanneer je aan de beurt was ging je naar binnen. “You again!” zei de Hoofdmeester, je de ene keer misprijzend aankijkend, dan weer eens mistroostig, droevig of zelfs vrolijk. Hij bekeek dan bijna liefkozend zijn verzameling rietjes. Net zo’n pijproker, voordat hij gaat beslissen welke hij zal nemen om te stoppen. Bij mij was het al spoedig niet meer nodig, het werd altijd de uiterst rechtse, de langste en dunste.

 Gevolg van mijn grote mond. Eens betrok hij mij bij de beraadslagingen “Welke zullen wij vandaag nemen?”, terwijl hij één uit het midden pakte en met beide handen boog. “Waarom pakt U de uiterst rechtse niet, Sir?" (ik sprak dit altijd uit als zeur en zei als ik voor een caning binnenkwam steevast “Kut ievening, zeur”;-), daar had ik het bij moeten laten, maar de domme, domme kwajongen in mij en jullie weten het al een vos verliest zijn haren, maar niet zijn …, ik ging te ver “De bedoeling van deze exercitie is toch om mij te straffen voor een vergrijp, met het oogmerk herhaling in de toekomst te vermijden, zeur? ” Ik heb het geweten.

 (Laat dit een les zijn voor de stoere, koppige onder jullie jonge lezers, vooral jij David. Het is soms beter, ook als je gelijk hebt of denkt te hebben, om je mond te houden en ook met je lichaamstaal niet te laten blijken, dat je het er niet mee eens bent.)

 Na het commando “bend over”, hield je voeten naast elkaar, de knieën volledig gestrekt en boog je voorover, trok je kamerjas omhoog tot aan de onderrug en boog je net zolang dat je vingers je tenen aanraakten. Je hoefde niet te proberen te smokkelen, hij had alles in de gaten. De Principal had een perfect gehoor. Hij wist precies hoe ieder rietje moest klinken als het met geweld contact maakte met een onfortuinlijk achterwerk. Klonk het verdacht dan voelde hij even. Wee je gebeente als je een onderbroek aan had, of ander dempend materiaal had aangebracht. Alle overtollige kleding en bescherming moest dan worden verwijderd. De eerste “cut”, spreek uit ‘kat’, slag, werd als niet geslagen beschouwd en de straf met twee vermeerderd. Dus 3 extra slagen; als je voor het maximum kwam van 6, dan mocht je de volgende dag, het toetje komen ontvangen. Dat was minder leuk, omdat de boel dan nog redelijk beurs was.

Ach pijn is subjectief. Vrouwen kunnen er beter tegen dan mannen, denk ik. Ik ben 4 keer bij een bevalling geweest en ging iedere keer bijna van mijn stokje. Toch zijn er technieken, om te leren pijn te verdragen. Eén manier is om iedere dag, steeds harder te worden geslagen. Sommige boeddhistische monniken doen het; mij niet gezien. Voor mij werkt mezelf in de maling nemen het beste. Ik overtuigde mezelf altijd door te zeggen dit doet niet echt pijn; echte pijn voelde ik, toen die oen van een tandarts een zenuw raakte en de verdoving nog niet werkte. Echte pijn voelde, Johnny vd DG, een vriend van mijn vader, die op misdadige wijze werd gemarteld in de 2e wereld oorlog. Langzaam raakte hij iedere nagel kwijt, doordat een sadistische Japanse tot mens verworden duivel, met een nijptang er aan trok. Langzaam, vooral langzaam. Dat was niet genoeg, hij werd ook met spijkers door zijn beide ellebogen en knieën aan een houten stoel genageld. Dat was pas pijn.  Ach, zo’n caning, dat was zo over, echte pijn duurt langer. 

 Je mocht niet laten merken dat je pijn had. Op school was eer belangrijk, hoe meer “macho”, hoe beter. Er was maar één ding erger dan voor als “mietje” te worden aangezien: “sneak”, een verklikker, het laagste soort mens op deze aardbol. Sneaks werd niet tegen gesproken, overal liet je ze links liggen en tijdens de laatste 6, konden ze rekenen op een ‘Khanda’. Dat in de ban leggen gebeurde niet vaak, maar als het gebeurde, was het eerder regel dan uitzondering, dat de leerling het volgende schooljaar er niet meer bij was.

Sherwood College in Nainital, India. Ligt zo’n 3 kilometer boven het stadje dat een prachtig meer omringd. Het stadje had een bioscoop, enkele eetgelegenheden en winkels. Af en toe mochten wij er heen, als er periodiek “town leave” was of je het had verdiend. Bijvoorbeeld door vanaf de 3m hoge duikplank, te duiken en een perfecte salto uit te voeren. Je liep naar de stad, berg af, geen enkele moeite. Of je terugliep hing van je financiële situatie af.

 Als je voldoende geld had, kon je een pony of een palkhi, draagstoel, huren. Draagstoelen had je in twee soorten, met 2 of 4 dragers.  Een zetel met aan weerskanten stokken, die de dragers op de schouders namen. Als er meerdere jongens tegelijkertijd terug gingen en dat was vaak, omdat je voor een bepaalde tijd terug moest zijn, werd er gewed wie als eerste boven zou zijn. Meestal gaf je een gedeelte van de winst aan de dragers.

 Als je veel spullen bij je had huurde je een coolie, kleine potige meestal Nepalese dragers, die ongelooflijke grote en zware lasten de berg op sjouwen, door de last in een soort tuig te hangen en op hun rug te nemen. Aan het begin van het schooljaar bijvoorbeeld, dan had je een hutkoffer (met kleding en lakens) en een “bed roll”. Een groot soort etui, waarin een matras en dekens konden worden opgerold. Aan het eind van het jaar, was de lading veel lichter. Je raakte spul kwijt omdat het incidenteel werd gepikt. Dekens, wollen truien en pantalons waren zeer gewild bij de bedienden op school. Die overigens nooit iets pikten. Zij hadden vergeleken met vele anderen het betrekkelijk goed. Een vaste baan, net zoveel eten als ze wilden en allerlei neven inkomsten; die ze niet in de waagschaal zetten door iets te jatten. Net als heden ten dage in Nederland, neem het van mij aan: de schoonmaker heeft het nooit gedaan.

 Bearers, de obers in de eetzaal, waren vaak bereid om in ruil voor een wollen deken het hele jaar, wanneer je wilde, te zorgen voor extra porties eten. Daar had je niet iedere dag zin in, maar wanneer je dat wel had, behoefte je maar te knikken. Zo had alles zijn prijs. Iedere zondag, als de meisjes naar de kerk kwamen of wij bij hen te kerke gingen, een fraai gesteven wit overhemd, geperste pantalon en vlekvrije blazer, geen probleem voor de wasman in ruil voor een paar centjes of een kledingsstuk.

 Je verbleef zonder onderbreking 9 maanden tot de tweede week van december op school. Contact met je ouders onderhield je door wekelijks te schrijven. Tot en met de 8ste klas werd er een lesuur voor vrijgemaakt. Je was dan verplicht je ouders te schrijven in het Engels, Nederlands was niet toegestaan. Je leverde je brief in bij de leraar, die het werkstuk na las en op taal- en stijlfouten controleerde, alvorens het te posten. Als er dingen in stonden die niet konden, werden deze passages met rode inkt geschrapt en kon je het werkstuk overmaken. In enkele gevallen werd het werkstuk niet gecorrigeerd, maar meteen verscheurd en in de prullenbak gedeponeerd. Dit mocht je niet zien als censuur, deed je dat wel en wel in die mate dat je werkstuk werd verscheurd, dan kreeg je 4 en bij herhaling 6.

 Mijn werkstukken werden nooit gecorrigeerd of verscheurd. Ik had het werkelijk naar mijn zin. Er waren natuurlijk minpuntjes, het eten was vaak eentonig en minder lekker als had gekund. De toiletten waren ronduit smerig. Je had twee soorten toiletten, potten zoals wij die hier kennen en van de Franse, een gat in de grond waar je uitwerpselen in moesten worden gemikt. Ik was dat model al gewend bij de bedienden in Indonesië, dus maakte ik daar gebruik van; met als grote voordeel dat mijn derrière niet in aanraking behoefde te komen; met vlakken waar eerder andere achterwerken hadden vertoeft.

 Bij gebrek aan toiletpapier, hadden enkele smeerlappen de gewoonte om met fecaliën, strepen of schunnige teksten op de wanden aan te brengen. Ik kan mij niet herinneren dat die toiletten ooit werden schoongemaakt. Walgelijk! Er was ook een wand van zo’n 3 meter breed, met aan weerszijden over de gehele lengte een urinoir. Daar moest je goed uitkijken, want wiens straal urine het hoogste reikte, stond hoog in aanzien. Er waren zelfs jonkies, die over de muur kwamen!

 Je ouders werden maandelijks door de school uitvoerig op de hoogte gesteld van je vorderingen. Een cijferlijst voor al je vakken, je positie per vak en over het geheel. Ik zat altijd wel goed, maar vond altijd wel hinder van het feit dat ik voor Hindi en Sanskriet slechts 1% scoorde voor de moeite. Ja bij ons geen 1 tot 10, maar 0 tot 100%. Ik moest met de exacte vakken, mijn gemiddelde op een aanvaardbaar niveau houden. Ik had een hekel aan die vakken waarbij je alleen feiten in je kop moest stampen. Aan die maandelijkse cijferlijsten had ik trouwens niets. Want voor mij telden ze nooit mee, om over te gaan.

 Overgaan deed je door gemiddeld een voldoende te halen, in een examen dat vanaf de eerste schooldag in December werd gehouden. Eén week lang, alleen maar examens in elk vak. Halverwege het jaar was er ook zo’n examen. Voor spek en bonen; om te oefenen voor het overgangsexamen en tegelijkertijd vast te stellen hoe de vlag erbij hing. Na het laatste examen braken de laatste 6 aan.

 De laatste 6 dagen op school voordat je voor drie maanden naar huis ging, om te feesten en de boog te ontspannen. De dagen waar relatieve anarchie heerste; de leraren hadden het druk met het nakijken van al die examens. Multiple choice, had men toen nog niet van gehoord, helaas;-). De dagen dat oude nog openstaande rekeningen konden worden vereffend met een khanda. Er werd een brij gemaakt, van alle overtollige spullen. Schoensmeer, shampoo, mosterd, sambal, brillantine, boter noem maar op. 

 De schuldige werd in het holst van de nacht letterlijk van zijn bed getild, uitgekleed en poedelnaakt met het goedje ingesmeerd. Van top tot teen. Uit voorzorg werd de mond van het slachtoffer bedekt met een handdoek, zodat zijn gekerm of geschreeuw niet hoorbaar zou zijn voor patrouillerende leraren of prefects. De ogen en oren van het slachtoffer werden gespaard.

 Toen de traditie ontstond, was dit niet het geval; maar al doende leert men. Er waren helaas jongens die dit lot jaar na jaar moesten ervaren, vaak omdat zij uit angst voor een “caning”, bereid waren, om wanneer er een collectieve lijfstraf moest worden ondergaan,  de dader aan te wijzen. Terug kijkend, vind ik dat de paar keer dat ik mee heb gedaan aan dit oude gebruik, eigenlijk een te lichte straf was voor het vergrijp van de daders. Maar, ik zou het nu niet meer doen.

 De laatste dag was altijd feest. Heerlijk, drie maanden geen kapel of kerk in (mijn vader was uit overtuiging Gereformeerd, als bruine Indo nota bene. Bij gebrek aan een Gereformeerde kerk, hield hij iedere zondag zelf een preek, de enige minpuntjes van de vakantie), drie maanden lekker eten. Drie maanden geen caning; wel zo af en toe een pak rammel; maar ja, als je niet bereid bent het risico te nemen gesnapt te worden, kun je die dingen die je ouders verbieden en dat waren veel leuke dingen, niet doen. Drie maanden, feest!

Na de langer dan gebruikelijke dienst in de kapel en het ontbijt, ging de hele school naar de toneelzaal waar de leerkrachten onder aanvoering van de Principal op het podium zaten. De Principal nam het woord en gaf een voor hem korte, voor ons veel te lange, terugblik op het jaar. Dan kwamen de klasse leraren aan bod. Dit ging gelukkig wel snel. Als je naam genoemd werd was je de pineut. Eerst werden de namen genoemd van de onfortuinlijken die voorwaardelijk over waren. Jongens die hun examens hadden verknald en wiens maandcijfers, gemiddeld ruim voldoende waren, voldoende was niet genoeg. Zij konden het volgend jaar worden teruggezet als ze in de eerste twee maanden niet goed presteerden. Dan werden de namen genoemd van de jongens die gebakt waren, zij hadden zowel hun examen verknald als een onvoldoende gemiddelde met de maandcijfers.

De categorie onvoldoende maandcijfers, voldoende examen, kon opgelucht adem halen. Hun harde werken had geloond. Harde werken? Er was een vrij groot contingent, dat het hele jaar, met uitzondering van een drietal weken, hun aandacht en talenten wijdde aan de leuke dingen des levens.  Sport, town leave, wandelingen in de verboden zone, plunderen van boomgaarden, verboden ontmoetingen met meisjes, de jachtclub (ook door strenge regels beperkt), ongeoorloofd bioscoop bezoek, tijdens verplichte studie-uren lezen van stripverhalen en andere verboden literatuur; dit was een opsomming van de belangrijkste activiteiten die ervoor zorgden dat er weinig tijd overbleef om aan academische vooruitgang te werken.   

Een week voor het mid term examen en twee voor het eindexamen werden er groepjes gevormd, vijf of zes man, onder begeleiding van een expert. De expert was er om eventuele onduidelijkheden toe te lichten; soms tegen een vergoeding, snoep of geld; meestal omdat ze vereerd waren om de echte kerels te kunnen en mogen helpen. Nerds hebben ook hun nut, sommige dan wel te verstaan.

Afhankelijk van de volgorde waarin de examens werden afgenomen werd er een schema gemaakt.  In het holst van de nacht, kwamen groepjes bijeen om vak voor vak, te bepalen waar ze aandacht aan moesten besteden. Er werden geraffineerde spiekbriefjes gemaakt. Het schooluniform leende zich uitstekend voor het verbergen van deze dingen. Werkelijk ingenieuze constructies met elastiek, maakte het voor de rondlopende leraren, heel moeilijk om fraudeurs te betrappen. Was dit wel het geval, dan was je werkelijk zwaar de lul. Je bleef dan onherroepelijk zitten.  (Ik ga niet in op deze wel zeer verouderde technieken. Vandaag de dag, met bluetooth, wifi, umts, google is er heel veel meer mogelijk.)

Omdat ik altijd voldoendes haalde hoefde ik eigenlijk niet aan deze studiegroepen mee te doen. Dat ik dat wel deed, was om de kans op een voorwaardelijke overgang uit te sluiten. Ik ontwikkelde het vermogen om in korte tijd heel veel feiten op te slaan, net zo lang als nodig was om ze vervolgens helemaal te vergeten. Hartstikke handig, ook in mijn latere leven. Bij volstrekt onbelangrijke zaken als verhoren door politie, bvd, rekenkamer, parlementaire enquête enz.; maar ook bij werkelijk belangrijke dingen in het leven, de spelregels bij voetbal en cricket om maar twee voorbeelden te noemen.

_____Even bazelen

Achteraf, was het niet zo slim van mij om altijd bij de besten te eindigen met mijn examens. Het viel mijn vader op dat daar waar ik gedurende het hele jaar voor de meeste vakken, wis- en natuurkunde, Hindi en Sanskriet uitgezonderd, rond de tiende plek zat, ik bij de examens een plek bij de eerste drie had. Hij concludeerde daaruit dat als ik beter mijn best zou doen, ik het hele jaar bij de besten kon horen. Het moest maar eens afgelopen zijn met die 1% voor Hindi en Sanskriet. Als ik daar meer dan 30% zou halen, zou ik zelfs dit jaar .., enfin je behoeft natuurlijk geen rocket scientist zijn om tot die conclusie te komen. Dit waren het soort gesprekken, waarbij ik deemoedig zweeg en mijn hele lichaamstaal berouw uitstraalde.

Jaren later vertrouwde mijn moeder mij toe, dat mijn vader dit probleem had besproken met Uncle Kenneth, aan wie ik te danken heb dat ik naar Sherwood mocht, hij moet mijn vader geantwoord hebben “Boet, stop complaining the boy demonstrates that he can do anything, when he puts his mind to it. He is top notch officer material, brilliant!”

 Leuk om te horen. Uncle Kenneth is natuurlijk ook al jaren dood. In mijn babyboek, doen ouders dat vandaag nog? Had mijn moeder vastgelegd dat mijn beide ouders graag zouden zien dat ik dominee of legerofficier zou worden. Ik denk dat ze voor mijn 6e verjaardag, hoop op het eerste beroep al hadden laten varen. Te veel vragen, te weinig geloof, waar haalt zo’n kind het vandaan. Ik moet aan mijn juf op de zondagschool gevraagd hebben hoe het kon dat Cain nadat hij Abel sloeg, wegliep en een vreemde vrouw trouwde, dat moet dan toch een zus van hem zijn geweest?

 (Overigens, een paar weken geleden, werd op de radio een wetenschapper geciteerd dat een beetje incest niet verkeerd is; niet in de eerste lijn, maar achterneven en nichten prima! Die Turken hebben het dus wel aan het rechte eind.)

 Lang koesterde mijn vader de hoop dat ik in het leger zou gaan; aan die droom kwam ook een einde, wat mij betreft een heel mooi einde. Marius, was op komst, ik was getrouwd en op de KMA was geen plek voor 18-jarige gehuwde vaders. Ik ben uiteindelijk in de ICT beland, een tak van sport waar mijn vader nooit van heeft gehoord.

 Zelf ben uitermate tevreden met het feit dat ik mij niet heb laten verleiden tot de carrières die mijn ouders voor ogen hadden. Als dominee zou ik mij eigenlijk alleen thuis kunnen voelen in een gemeente waar daadwerkelijk wordt geleefd volgens de Heilige Schrift en die ben ik nog niet tegengekomen.

 Mijn jaren in de Veluwse Bible-belt, hebben mij gesterkt in de overtuiging dat veel zich gereformeerd noemende lieden; hun geloof op een wel zeer gedeformeerde wijze in de praktijk brengen. Maar wie ben ik, staat er niet geschreven? “Als je mensen beoordeelt heb je geen tijd om van ze te houden” en “een oordeel kan weerlegd worden, een vooroordeel nooit” en “Denken is zo buitengewoon vermoeiend, dat velen er de voorkeur aan geven te oordelen” en als laatste “oordelen is niet begrijpen”.

 ______en maar doorbazelen

Als officier, zou ik het niet lang hebben kunnen uithouden. Ten eerste omdat ik van mijn mannen dezelfde discipline en inzet eis; die ik heb. Het zou een gezellig zooitje worden.

Belangrijker is dat ik in de uitvoering van mijn taken; zou worden aangestuurd door de politiek, door een Minister van Defensie, met als afschrikwekkende voorbeelden in aflopende volgorde, de VVD’ers Joris Voorhoeve en Frank de Grave.

Ik vraag mij af; wat ik gedaan zou hebben als ik commandant zou zijn geweest van de Nederlandse troepen in Srebrenica. Een uiterst hypothetische stelling natuurlijk. Ik was het niet en als ik ooit in het leger zou hebben gezeten; dan was ik lang voordat ik een dergelijke positie had bereikt al door de politiek “kalt gestellt.”. Er zijn voorbeelden te over van Hoofdofficieren die door de politiek zijn geëlimineerd zijn, enkel en alleen omdat ze loyaler aan de krijgsmacht waren dan aan een, in voor de gelegenheid, in kreukloos in battle dress uitgedoste bewindsman van het kaliber dat ik reeds noemde. Dat vind ik niet alleen schandelijk, maar diep, diep, diep treurig en met geen pen te beschrijven.

Op 3 november 1947, kwam het volgende bericht binnen op het Hoofdkwartier van een Brigade van het Indiase leger:

“De vijand is ons tot op 45 meter genaderd. Wij zijn zwaar in de minderheid en worden verwoestend onder vuur genomen. Ik zal mij niet terugtrekken, geen duim, wij zullen tot de laatste man en de laatste kogel doorvechten.”

 Dit bericht was het laatste van Majoor Somnath Sharma. Een ex-leerling waar Sherwood trots op is. Tegen een overmacht van zeven tegen één, hield hij 6 uur zijn positie, net voldoende tijd om door versterkingen te worden ontzet en de vijand te verdrijven. Majoor Sharma, was toen al een uur gesneuveld.

In mijn lijn van verwachtingen zou hebben gelegen dat de Nederlanders tot de laatste man en de laatste kogel; zich zouden hebben verzet tegen de afslachting van de plaatselijke bevolking. Internationaal mandaat of niet. Ik waag te betwijfelen of de Serviërs onder Ratko Mladic, die eerste 3 letters van de voornaam staan er niet voor niets, doorgezet zouden hebben indien hen duidelijk was geweest, dat de Nederlanders verzet zouden gaan bieden. Ik durf te stellen dat de Nato bondgenoten, Frankrijk incluis, wel degelijk luchtsteun zouden hebben verleend als het zo ver zou zijn gekomen.

 Natuurlijk; hij zou door de politiek zijn weggehoond, net als zijn opperbevelhebber Couzy. Natuurlijk, je kunt het Nederland niet verwijten dat Serviers ruim 7000 mensen hebben afgeslacht. Maar als Tante Hedwieg een piemel had gehad, had ik Oom Hedwieg gehad.

 VVD’er Henk Kamp is ook een tijdje Minister van Defensie geweest. Hij is net als de VVD, al een tijdje de weg kwijt, hij moet verloren zieltjes gaan terugwinnen bij Rita Verdonk en die malloot van de PVV. Die maar blijft roepen en maar steeds inventiever en intensiever moet worden bewaakt. Jaren geleden was er op de radio een programma waarbij de presentator wanhopig gilde “Vuilnisman, kan die zak niet mee?” Ik denk wel eens, richting Zakzozie, de Franse president, die er tegenwoordig weer lekker warmpjes bij ligt, “Hebben jullie geen plek voor Wilders?” Maar ja, dan moet Wilders ook willen.

 Misschien dat de ontwikkelingen in Kosovo uitkomst bieden. Minderheden mogen op begrip rekenen van Nederland en de EU. RMS’ers jullie rode hoofddoeken kunnen uit de mottenballen. Fryslan Boppe. Een onafhankelijk Vlaanderen, dat zich aansluit bij een eveneens onafhankelijk Limburg; dat is de oplossing. (Belg - Ben eens Limburger geweest). Wilders, zou in de nieuwe staat natuurlijk politiek een rol van betekenis kunnen spelen, maar van meer belang voor ons zou zijn dat hij zijn Nederlanderschap verliest en bij de staat Limburg moet aankloppen voor bescherming. Duo nationaliteit, is hij al tegen, dus dat kan niet.           

Gek eigenlijk dat de beste ministers van Defensie van de laatste tijd, uit de verkeerde hoek kwamen, in order of merit wordt er op Sherwood gezegd: Henk Vredeling, Bram Stemerdink, Hans van Mierlo. Echt waar, ministers van Defensie, neen, niet het bestuur van de Bols fan club.

Andere die ik ook wel mocht waren: Frits Bolkestein, ook uit Indië, kan je niet aan zijn “spraek heuren” en last but not least Wim van Eekelen. Een besluit van deze man heeft verstrekkende gevolgen gehad voor mijn kijk op de politiek, de bijbelbelt, eigenlijk mijn leven sinds 1986.

Als ik geen weerstand kan bieden aan deze plotseling opgekomen behoefte om van mij af te schrijven; kunnen jullie er binnenkort misschien over lezen. Niet iedereen, zal daar vrees ik over staan te juichen. Ach de meeste betrokkenen zijn al de politiek uit, gepensioneerd of afgebrand en dood.     

Wat mij betreft is het verval van de VVD begonnen toen die partij in een vreemd spel kwartetten Van Eekelen, kalt stelde, in ruil voor Van der Linden. Ik heb nooit meer op die partij gestemd.

Er was één politicus die nooit loog, dat moet ik anders stellen, één politicus die ik niet op een leugen heb kunnen betrappen: Gert Schutte van het GPV. Hij zat jarenlang in de 2e kamer, een tijdje met onze huidige Minister van Defensie, die het nog niet zo lang doet; voorlopig: Niet slecht! Toen de Christen Unie het overnam van het GPV, zag ik geen aanleiding om van stemgedrag te veranderen.

Oppositie voeren is heel wat simpeler dan regeren. De door mij zo bewonderde Tineke Huizinga, omdat zij als kamerlid dat ongewone Indisch meisje Rita alle hoeken van de kamer liet zien en een rechte rug hield, is even in zwaar weer geweest.

Gezeur omdat vervoersbewijzen openbaar vervoer kunnen worden gekopieerd. Alles is te kopiëren. Als je er maar voldoende mankracht, tijd en geld in stopt. Je kunt het moeilijker maken door geen gebruik te maken van technieken die niet overal voor een habbekrats te verkrijgen zijn. Je schroeft dan wel meteen de prijs behoorlijk omhoog.

Je moet de afweging maken, welke risico’s je loopt en wat de worst case je kost en of het nodig is de risico’s te beperken. De banken bijvoorbeeld, besparen tientallen miljoenen op hun betaalfabrieken, door het publiek zelf in te schakelen om gegevens in te voeren. Internet bankieren, banpasjes etc etc. Ze klagen wel steen en been over de kosten van het betaalverkeer; maar realiseren ieder jaar grotere besparingen en winsten door het publiek meer en meer, zelf te laten doen.

Betaalpassen, beter beveiligingen, ze zijn zo lek als een mandje. De techniek ligt op straat en bendes scammers uit alle windstreken van Nigeria tot de balkan, roven miljoenen. De banken doen er alles aan, hahaha!

De banken doen iets, zij vergoeden gedupeerde rekeninghouders die aannemelijk kunnen maken dat ze zorgvuldig met hun pinpas zijn omgegaan. Doen ze dat niet; dan gaat de gemiddelde Hollander géén geld meer uit de muur halen; niet meer met een creditkaart betalen; niet meer tele- en internetbankieren. Dan zullen de banken pas echt wakker liggen,  want dan moeten ze de ruimten waar eens data typisten miljoenen transacties aan het invoeren waren; weer moeten gaan bevolken; weliswaar met minder mensen; OCR heeft stappen gemaakt, maar toch. Ik dwaal af, Tineke Huizinga, is nog niet van het gezeik af.

 Dan hebben wij Andre Rouvoet, hij deed het in de oppositie ook heel goed. Heeft een portefeuille die mij aanspreekt. Als hij het goed doet en het besef bij ouders kan brengen dat zij er primair zijn om hun al dan niet zelf verwekte kroost, op te voeden en waardevolle normen en waarden bij te brengen; fatsoen en sociaal gedrag, ga zo maar door; dan doet hij het prima.

Vind dat het gemiddelde gezin moet zorgen voor een samenstelling van 2,1 leden moet zorgen in plaats van het huidige 1,7. Jan Mulder in DWDD: “Hoch in die Bergen da steht ein gerät, da werden die Mädschen elektrisch geneht.”;-)

Een herinrichting van het onderwijs tegelijkertijd zou er voor kunnen zorgen dat leerkrachten hun aandacht voornamelijk kunnen gaan richten op waar ze eigenlijk voor zouden moeten worden ingehuurd; het geven van les; het overdragen en zo nodig inpompen van kennis.

Ik lijk Van Gaal wel, “Ben ik nou zo slim bewindslieden? of zijn jullie en je ambtenaren zo stom?”

Een omslachtige wijze dat ik mogelijk op zoek moet naar een andere politieke partij om op te stemmen.       

___door met het over Sherwood op de laatste dag, bazelen

Nadat alle leraren hun zegje hadden gedaan, sloot de Principal het jaar op gepaste wijze af, natuurlijk met een dankwoord. Je nam afscheid van de vrienden die je niet in de vakantie zou treffen en maakte afspraken met de deugnieten waarmee je wel streken ging uithalen. Afscheid van de prefects en andere 11e klassers, die er volgend jaar niet meer bij zouden zijn omdat zij naar de universiteit zouden gaan. Je gaf je klasse leraar, house master en de Principal een hand en vertrok.

Natuurlijk pas nadat je had afgerekend met de bearers en de wasman. Je favoriete bearer had voor een coolie gezorgd. Die coolie, moest natuurlijk een deel van zijn vorstelijke beloning aan de bearer afstaan; maar zo werkt de economie eenmaal. Je rende de berg af; naar je wachtende ouders en broers. De school was niet te bereiken per auto. Na de altijd hartelijke begroeting volgde een koningsmaal. Het eerste in maaaanden!         

Dat ik op Sherwood terecht kwam, had ik helemaal aan mezelf te danken. Wij woonden nog maar net in ons nieuwe huis in New Delhi. Er werd in de buurt gevoetbald en gecricket. Natuurlijk mocht ik mee doen. Al snel had ik twee vriendjes, Peter Finnimore en Ian Marshal.

Wij trokken dagelijks met elkaar op. Behalve deze sporten beoefende ik met Peter de duivenjacht. Dagelijks schoten wij tientallen duiven met een windbuks in de stad. Als wij een duif zagen zitten schoten wij er op. Ook wanneer het bijvoorbeeld op de rand van een dak van een woonhuis zat. Als de duif dan niet naar beneden viel; maar bijvoorbeeld op een balkon of terras lag, dan belden wij doodleuk aan, met de vraag of wij het dier mochten ophalen. Er is ons nimmer de toegang tot een pand geweigerd.

 Onze kok en die van Peter wist van die duiven heerlijke gerechten te maken. Vooral de duivenpastei was subliem. Vond ook de vriendin van de moeder van Peter; die een stukje voorgeschoteld kreeg toen zij op bezoek was. Ik was er ook en zij vroeg of ik haar op een bepaalde dag twee kon bezorgen. Zij kreeg gasten en wilde hen trakteren op dit heerlijke gerecht. Bij het overhandigen van de pasteien kreeg een tientje in mijn handen gedrukt. Ik weigerde natuurlijk, maar zij bleef aandringen.

Peter had het ook begrepen; wij moesten wel blijven jagen; want praktisch iedere dag moesten er pasteien worden afgeleverd. Onze kok deelde mee in de omzet 20% was voor hem; een welkome aanvulling op zijn riante inkomen van 50 rupee, per maand. (Plus: Kost en inwoning voor zijn gehele zin, inclusief medische zorg, scholing voor de kinderen, zomer en winteruniformen. Mijn vader gedoogde dat kok grote hoeveelheden vlees uit de vriezer haalde en op de markt verkocht aan de vleeshandelaar. Bij gebrek aan vlees moest er wel worden gejaagd, want als je destijds in Delhi, vlees wilde kopen moest je eerst de vliegen verjagen om te kunnen zien of het nog wel goed was. Het maandelijkse rantsoen van de kok bevatte ook een fles Johnny Walker rood en een slof sigaretten; die ook voor vorstelijke bedragen in klinkende munt werden omgezet.)

Aan de bloeiende handel kwam een abrupt einde. Vertaald uit het Engels:

Telefoon: “Ring, ring, ring”

Mama: “Met mevrouw Schäffer.”

Vreemde dame: “Goedemiddag, met mevrouw Die en die; ik wil voor zaterdag aanstaande 4 duivenpasteien bestellen.”

Mama: “U bent verkeerd verbonden; U spreekt met mevrouw Schäffer.”      

Vreemde dame: “U bent toch de moeder van Paul, van de duivenpastei?”

Mama: “Paul, van de duivenpastei?”

Einde van de handel; meer tijd voor Peter, Ian en ik, om ons met andere dingen bezig te houden.

 Peters en Ians vakantie liep ten einde. Waren ze in het begin blij dat het schooljaar voorbij was, nu hunkerden ze om weer naar school te gaan. Wij hadden het leuk samen; maar het leven op een kostschool had ook charmes. Peters ouders konden zich Sherwood niet veroorloven; hij zat op een school Zuid India. Ians ouders waren dood en de kerk bekostigde zijn school. Sherwood leek mij een goed plan. “Komt niets van in.”, was de reactie van mijn vader. Niets aan te doen, dat moest ik slimmer aanpakken.

 Peter en Ian gingen terug naar school. Ik vermaakte mij met anderen, voornamelijk met Peters jongere zusje Christine. Allemaal heel onschuldig; maar wel spannend destijds. Peter en Christine wonen nu in Adelaide.

 Het was gezellig die zondagmiddag. Brigade Generaal Kenneth Law, met echtgenote Gladys waren op bezoek. Mw Gladys Law, was Hoofd van de privé basisschool waar ik op zat.

Vertaald uit het Engels, kleine potjes hadden toen al grote oren:

Tante Gladys: “Paul doet het werkelijk goed; hebben jullie al een plek op een middelbare school, gereserveerd? ”

Papa: “Nog niet, is daar haast bij?”

Tante Gladys: “Niet echt, maar het kan dringen geblazen zijn op de betere scholen.”

Papa: “Een paar weken geleden had hij het over Sherwood College, maar dat lijkt mij geen goed idee.”

Oom Kenneth: “Geen goed idee, kan je het niet betalen?”

Papa: “Ik heb geen idee wat het kost.”

Oom Kenneth: “Minstens 10000 per jaar, plus uniformen enz. zo’n extra 4.”

Papa: “Zo veel?”

Oom Kenneth: “Wat wil je één van de beste scholen in India. Er zitten jongens van over de gehele wereld. Veldmaarschalk Sam Manekshaw heeft er op school gezeten en dan ook nog die arme Som Nath Sharma, die postuum de eerste PVC*  kreeg, George McFarlaine heeft er ook gezeten. Als ik mij had kunnen veroorloven zou ik mijn zoon er ook naartoe hebben gestuurd.”

Papa: “Meen je dat echt?”

 * (de hoogste Indiase militaire onderscheiding, te vergelijken met de Militaire Willemsorde, 1ste klasse)

 “Zal je regelmatig schrijven en dagelijks de Bijbel lezen?” vroeg Mama, nadat ik was overgedragen aan de lange Eerwaarde R.C. Llewelyn, sinds kort ook in een soort diepe slaap, wachtend op de dag des oordeels, waarna alles duidelijk, zal worden. Wij omhelsden en kusten elkaar. Ik vermande mij, ik had al begrepen dat onnodige tranen niet werden geapprecieerd hier op Sherwood. Van mijn vader kreeg ik nog wat wijze raad; wij gaven elkaar plechtig een hand. Dat was de eerste keer dat wij op die manier van elkaar afscheid namen. Papa had het ook begrepen: mannen zoenen elkaar niet in het openbaar op Sherwood.

Ik had er rekening mee gehouden; als enige nieuwe halverwege het schooljaar er stond mij een stevige ontgroening te wachten. Niets van dat alles, of misschien toch een soort mini ontgroening.

Ik zat op een lang balkon, alleen. Te genieten van het werkelijk prachtige uitzicht en mij af te vragen of ik er wel slim aan had gedaan om mij hier te laten opsluiten. Alles moest stip op schema. Het eten was niet bijzonder lekker geweest, wel voldoende. Ik had Ian wel even gesproken. Hij groette mij beleefd, maar afstandelijk. Later begreep ik, dat je als senior je niet inlaat met junioren, als het niet absoluut nodig is; tenzij het familie is; maar dan nog, liever niet. Er zat nog een aantal jongens, gezellig met elkaar te babbelen, maar zowel links als rechts waren er een paar stoelen vrij.

“Sta eens op, je zit op mijn plaats.”

Ik draaide mij om en zag een mij vuil aankijkende jongen, niet veel groter dan ik, maar wel ouder en breder.

“Er zijn genoeg stoelen vrij neem, maar een ander.”

“Jij zit op mijn stoel, schuif op.”

Ik gaf geen sjoege.

Pats, een klap op mijn achterhoofd. Niet echt hard maar wel onverwacht. Ik stond om kijkend op. Hij was een paar meter naar achteren gelopen en bevond zich niet meer op het balkon maar in de leeszaal.

Hij keek mij met een licht spottend smoelwerk uitdagend aan, voeten breed uit elkaar, handen in de zij. Zo van kom maar op.

Langzaam liep ik op hem af, hij droeg de verplichte blazer, ik pakte hem bij zijn kraag met rechts, links had ik hem bij zijn mouw. Ik sjorde een beetje. Het maakte helemaal geen indruk op hem; gelukkig begon ook hij aan mij te sjorren.

Dit hoeft niet lang te duren, dacht ik en o soto gari, toch handig die jaren van verplichte jiu jitsu les. Ik overweeg een trap na; maar doe het maar niet.

Ik laat hem los en loop een paar meter naar achteren.

Hij stormt op mij af en grijpt mij en ik hem; maar ik krijg hem niet van zijn plaats.

Zijn ironisch lachje was veranderd in een verbeten trek.

Het deed geen pijn; dus van mij mocht het nog wel even duren.

Als het nodig was kon ik nog altijd mijn specialiteit, “When in nood, a kopstoot”, uitvoeren. Maar goed, dat ik dat niet gedaan heb, er heerst een taboe op in Sherwood.

Gek eigenlijk, want met een kopstoot, vooral als iemand je beet houdt, kun je bijna ieder gevecht onmiddellijk beëindigen.

Je moet wel goed mikken, niet te hoog, niet te laag want anders zou het bloed dat gaat vloeien ook wel eens van jou kunnen zijn, het liefst hoog en hard boven op de brug van de neus.

Nooit doen als het niet nodig is; alleen when in hoge nood.

De meeste tegenstanders zijn er niet op ingesteld en storten ineen als een soufflé, wanneer de ovendeur te vroeg open gaat.

Wegstappen is geboden, omdat je anders je kleren naar de stomerij moet sturen.

Maar ik dwaal af; daar staan wij dan midden in de leeszaal, in een soort patstelling. De deur gaat open, iedereen staat op.

Ja dat deed je als er een leraar binnenkwam vroeger en nu nog als je op Sherwood zit.

Mr Theofilus kijkt mij onheilspellend aan en zegt:

  “Jij bent die nieuwe, een trouble maker, nog geen dag op school en al aan het vechten.”, “Aan het vechten, neen mijnheer, ik wilde hem een judo worp laten zien; maar ik krijg hem niet van zijn plaats!” (gegrinnik bij sommige van de andere aanwezigen.)

“Is dat zo? ”, zei Mr Theo, nu ook al oud en met één been in het graf, terwijl hij mijn belager aankeek

“Yes Sir!”

“Don’t let me catch you making trouble. There is no place for trouble makers at Sherwood.”

Hij verliet de leeszaal; mijn ontgroening was voorbij!

De jongste jongens op school waren een jaar of 5, de oudste, sterkste en minst slimme wel 22.

De jongens die naar wat men nu de basisschool noemt gingen, woonden en werkten in een aparte gebouwen, je kwam ze zelden tegen en omgang had je met hen nooit.

De middelbare school was opgedeeld in 4 houses, huizen, die op ieder denkbaar gebied met elkaar in concurrentie waren. Ingewikkelde formules bepaalden hoe moest worden berekend welk huis het beste was, “Cock house”.  Naast sport, academische prestaties, waren er ook wedstrijden in het debatteren en declameren en werden factoren als goed gedrag bij de bepaling van het beste huis afgewogen.

Dit alles om de leerlingen klaar te stomen tot waardevolle leden van de maatschappij. Om leiding te kunnen geven, moet je eerst leren om bevelen op te volgen; je eigen belang is ondergeschikt aan dat van het team. Allemaal zaken die je eigenlijk niet kunt leren, maar die je met je genen en moedermelk worden ingegeven, vind ik. “Rijk kan je worden, als heer wordt je geboren!”

De school had een hiërarchiese structuur.  De Principal stond aan het hoofd. Niks van ons team leraren en begeleiders, inspraak, medezeggenschap, democratie, neen, neen en NEEN. Hij was heer en meester, zijn woord was wet. Hij was als enige bevoegd om lijfstraffen toe te passen op leerlingen, volgens het ritueel dat ik al heb beschreven.

Aan het hoofd van ieder huis, stond een “House Master”; een min of meer ceremoniële functie om als voorzitter te dienen bij bijeenkomsten van het huis; die periodiek moesten worden gehouden, waarover later iets meer.

Overige leerkrachten, die behalve les geven ook een oogje in het zeil moesten houden en overtreders noteerden en rapporteerden aan de Principal; om te zorgen dat zij een gerechtigde straf zouden moeten ondergaan. Taken die overigens ook door de House Masters werden vervuld.

Overig personeel met invloed. Administratieve krachten, verpleegkundigen die de ziekenboeg leiden en Matrons, matrones, Engelse dames op leeftijd, die er waren voor leerlingen in de eerste twee jaar van de middelbare school. Zij moesten niet alleen ’s-Nachts een oogje in het zeil houden; maar ook en vooral tijdens het douchen.

Douchen kon je wanneer je maar wilde. 24 uur per dag, 7 dagen per week. Warm water, was er alleen als je moest douchen. Jouw groep, van zo’n 30 jongens ging en masse naar de douchezaal. Je kleedde je uit en ging snel onder een douche staan. Bij de eerder aangegeven junioren onder aanmoedigingen van een matron. Bij de ouderen hield een prefect de tijd bij.

Na een signaal, stroomde er voor 1 minuut warm water, de laatste 10 seconden werden afgeteld. Je had dan een minuut om in te zepen. Bij de junioren was dan een drukke tijd aangebroken voor de matrons. Zij inspecteerden of alle jongens goed waren ingezeept en onderwierpen sommige aan wel heel mensonterende, doch grondige, inspecties.

Laat ik het maar zo formuleren, geen caviteit werd overgeslagen en alle besneden Moslem en Joodse jongens hadden geluk omdat bij hen het e.e.a kon worden vastgesteld, zonder beroering.

Of  er een verband is tussen het feit dat ik, gelukkig slechts een enkele keer, de eerste keer dat ik op school douchte, een inspectie van een matrone heb moeten doorstaan en mijn vrijwillig celibaat weet ik niet.

Het is een feit dat als ik, en dat gebeurt incidenteel, een aantrekkelijke leeftijdsgenote, die nu ook de leeftijd van die matrons heeft, aantref, het tot niets leidt omdat ik nog voor een tweede ontmoeting, badend in mijn eigen zweet, voor mij midden in de nacht om een uur of 11, wakker word omdat ik droomde dat zij, in het uniform van een Sherwood matron, mij onder de douche besloop. Nachtmerries!

Terug naar Sherwood. Enkele jongens in het laatste schooljaar worden benoemd tot Prefect. Dit waren de jongens met de beste eigenschappen als leider. Eén van hen wordt benoemd tot College Captain, de hoogste eer die een Sherwoodian kan krijgen. Vier worden er House Captain, een bij ieder huis. Prefects worden geacht de orde te houden, wanneer er geen hogere autoriteit aanwezig is of aanvullend op te treden. Jongens die het laatste jaar doubleren, komen natuurlijk niet in aanmerking voor deze bevoorrechte functie. 

Dan heb je monitoren, jongens in het op één na laatste jaar. De gedoodverfde prefects van volgend jaar; ook zij houden zich bezig met het houden van orde.

Prefects en monitoren hadden de bevoegdheid orde te handhaven en overtreders voor hun vergrijp zwarte punten te geven. Die zwarte punten werden zorgvuldig geadministreerd en bij overschrijding van het aantal dat je kon krijgen zonder lijfstraf; kreeg je een aantal klappen.

Afhankelijk van je leeftijd, werd je in steeds kleinere en door minder jongens bewoonde slaapzalen ondergebracht; om uiteindelijk in het laatste jaar in een kamertje alleen te eindigen.

Slapen deed je in een pyjama, zonder onderbroek aan. Waarom? Dat was voorschrift, het schijnt hygiënischer te zijn dan met, maar precies weten waarom doe ik het niet. Handjes te allen tijde boven de deken. Mogelijk een voorschrift dat de Anglicanen van de Rooms katholieken hebben overgenomen. In ieder geval, werden sommige jongens wakker gemaakt als hun handen niet zichtbaar waren voor een inspecterende leerkracht.

Je leefde in Sherwood met de klok. Ik weet het nog ongeveer. Op alle dagen behalve de Zondag.