zondag 24 februari 2008

Ada's verjaardag, 23 februari 2008

Precies een week geleden kreeg ik te horen dat ik gisteren mijn moeder en tante, bijna resp. 88 en 91 jaar oud, naar Leusden mocht rijden; mijn schoonzuster Ada was jarig. Ada heeft inmiddels zo’n een leeftijd bereikt, dat ik die, uit consideratie met mijn gewaardeerde schoonzuster, niet vermeld. Wij zullen tevens werd mij medegedeeld, een bezoekje brengen aan mijn tante Trees.

Bij dit soort gelegenheden is mooi meegenomen dat Oma Pauline, moeder van Ada, ook meerijdt. Er zit dan 328 jaar in mijn bijna even oude barrel. De drie douairières, worden in een potdichte auto, moeders is allergisch voor tocht, waar de verwarming op 25C staat en de air conditioning uit, ook vanwege de tocht, in een gezapig tempo, zo leuk die koeien in de weide, naar de bestemming gereden. De chauffeur wordt geacht niet te roken en doet dat dan ook niet. Het is altijd dolle pret; zo’n “Wij gaan naar Zandvoort” sfeer gevoel uit mijn jeugd.

De afstand, Den Haag – Leusden, rechtvaardigt geen rustpauze. Op langere afstanden wordt de chauffeur geacht om iedere anderhalf uur de auto op een parkeerplaats stil te houden om zijn benen te strekken en indien hij het niet kan laten één sigaretje te roken. U begrijpt dat hij van dit voorrecht, dankbaar gebruik maakt.

Een minpuntje voor de chauffeur deze keer is, dat de kofferbak van de auto niet helemaal leeg is en de opklapbare rollators derhalve niet mee kunnen. Hij begeleidt de douairières, in een tempo dat Stoffel de schildpad iets aan de trage kant zou vinden, weliswaar één voor één aan zijn rechterarm en ze vallen niet om, omdat ze aan de andere kant in evenwicht worden gehouden door een wandelstok; maar het gaat toch sneller met de rollators en tijd is geld.

In Leusden aangekomen breng ik eerst Oma Pauline naar haar dochter Ada. Oma Pauline heeft een briefje bij zich voor Ada, waarin zij wordt geïnstrueerd het op het briefje vermelde nummer te bellen en mijn neef Ron, mede te delen dat zijn tantes op weg zijn naar het Lisidunahof, alwaar zijn moeder, de eerder vermelde tante Trees, al sinds medio 2003 resideert. Meer behoeft er niet te worden medegedeeld aan Ron, hij weet wat hem te doen staat. De chauffeur, vraagt zich af waarom dat briefje nodig was, voor het vertrek hadden de dames toch al gevraagd of hij zijn mobieltje opgeladen bij zich had; maar houdt wijselijk zijn mond; moeders wil is wet.

Aan een doodlopende weg, aan de rand van de bewoonde wereld, ligt het verpleegtehuis. Ruim opgezet, laagbouw, prachtige tuinen en patio’s. Op een ruime binnenplaats, is er een ruime hoek afgerasterd waar een werkelijk prachtige haan parmantig rondstapt, omringd door vier hennen, Lakenvelders.

Sluisdeuren, de één moet dicht voordat de andere open gaat, bieden toegang tot een enorme ruimte; receptie, restaurant en zithoeken met comfortabele sofa’s. In afwachting van neef Ron, nemen wij plaats aan een ruim van allerlei lectuur voorziene leesbladen tafel. Er zit zelfs een hengelsportblad bij. Mijn vraag of ze iets willen drinken is overbodig, dat willen ze niet. Zij hebben beiden een hekel aan vreemde toiletten. Voor het geval dat; behoren wegwerp toiletbrilhoezen, tot de standaarduitrusting, maar dat is ook zo’n gedoe.

Ik kijk rond en zie een man van mijn leeftijd, liefdevol gezeten naast zijn kennelijk iets afwezige moeder. Moeder heeft een fotoalbum op schoot; schoondochter, gezeteld in een fauteuil, is verdiept een roman. “Weet je nog wie dit is, Mama?”, vroeg hij wijzend naar een zwartwit foto. “Die, neen!”, de stem is voor mij verassend helder. “Je zuster, dat is Lieke.” Zei de zoon, geduldig. “Lieke?” “Ja je zuster Lieke, die ken je toch wel?” “Ja…”, volgende foto.

“Daar heb je een auto, dat zal Ron wel zijn.” Inderdaad, daar kwam mijn neef Ron aan. Zoals altijd goed gekleed, om door een ringetje te halen. Ron is klein van stuk, een beetje te zwaar, ieder grijzend haartje op z’n kop op de juiste plaats. Hij heeft een typisch loopje en komt in snel tempo er aan. Ron, is voor mij het voorbeeld van een zoon, zoals iedere moeder zich zou wensen. Respect- en liefdevol, zorgzaam, plichtsgetrouw en punctueel. Niets vindt hij te veel voor zijn moeder. Dagelijks komt hij haar opzoeken. Helpt een handje als het nodig is. Is realist genoeg om te weten dat het zo afgelopen kan zijn; maar hoopt dat hij nog lang zijn moeder bij zich heeft. Als het dan zo ver is; zal hij gepensioneerd en al, in dit instituut vrijwilligerswerk blijven doen. Het personeel en de directie bieden optimale zorg, maar hoe meer vrijwilligers hoe beter.

Dat hij er altijd keurig uitziet heeft hij van geen vreemden. Zijn vader Tom, vakofficier in het leger en zijn moeder, mijn tante Trees, liepen er ook altijd bij alsof de Majesteit op ieder moment haar opwachting kon maken. Mijn neef Ron, ik respecteer en mag hem wel, kwam binnen. Hij groette zijn tantes en mij hartelijk en wij begaven ons in het bekende tempo naar mijn tante Trees. Ron als volleerd reisgids, nam de tijd om ons, wijzend op kunst aan de muren, details in de tuinen, vriendelijk personeel en andere bezoekers en patiënten groetend, naar mijn tante te brengen.

Wat zullen wij aantreffen, vroeg ik mij af. Toen ik eind 2003, how time flies when you are having fun, mijn tante voor het eerst zag in het verpleegtehuis, schrok ik. De altijd tot in de puntjes verzorgde, discreet opgemaakte dame, lag in bed. Ogen dicht, mond open, haar wel gekamd, maar niet zoals ik was gewend perfect gekapt. Vel over been. Zo dement als een deur. Excusez le mot, ik kan U niet duidelijker omschrijven hoe ik mijn tante aantrof. Zij gaf de indruk niets te merken van wat er in haar directe omgeving plaats vond. Dat zou een zegen zijn, want het kon geen pretje zijn om tegenover een medepatiënte te liggen, die de hele dag en nacht, luid hetzelfde liedje meent te moeten zingen.

Na dat eerste bezoek, dacht ik dat het niet lang meer kon duren, een week of 4 hooguit! Ik was getuige geweest hoe mijn tante, werd gevoed of gevoerd?, met vla. Ze kreeg alleen vloeibaar voedsel toegediend, dit kon gewoon niet lang duren.

De toestand waarin ik tante Trees aantrof, bij onze periodieke bezoeken van gelukkig lage frequentie, veranderde nauwelijks. Ik bleef mij verwonderen dat zij het zo lang uithield. Eén duidelijke verbetering vond ik, dat de schreeuwlelijk was vervangen door een dame waar geen geluid uitkomt. Erg levendig is zij niet. Placht als ze wakker was, naar een vast punt op het plafond te kijken. Lekker rustig, maar ik betwijfel of mijn tante er iets van merkte.

“Je kunt de deur openen door het jaartal in te typen” legt reisleider Ron uit, terwijl hij de vier cijfers intoetst. De deur gaat open naar de vleugel van tante Trees. Ruime gemeenschappelijke ruimtes. Bevolkt door verzorgenden en bewoners. Hier is het eenvoudig de begeleiders van de patiënten te scheiden; iets wat mij niet altijd lukt op de 3e dinsdag in september als half basis school Den Haag in de Efteling te vinden is en er ook grote aantallen zwakzinnigen met begeleiders voorbij trekken. Er zal wel geen causaal verband zijn.

Mama en tante namen de tijd om naar de prachtige Lakenvelder haan en zijn harem te kijken. Harem? 4 kippetjes, iets aan de krappe kant, zou de haan waarschijnlijk zelf vinden. Maar, misschien ook niet, misschien is hij blij dat er maar 4 zijn, al dat gekakel aan zijn kop. Ik vermoed dat zij, stiekem moed aan het verzamelen waren, Mama en Tante, om ogenschijnlijk vrolijk de confrontatie met hun nicht, aan te gaan.

“Dag Mama, kijk eens wie er zijn.”, reisgids Ron, dirigeerde Mama en Tante naar de lange zijde van het bed, de kant waar het gezicht van tante Trees op gericht was. Ik stond aan het voeteneind. Hij had de dame die naar het plafond staart, niet gegroet, ik deed dat wel, maar kreeg geen reactie. Zij bleef strak naar het plafond kijken. Tante Trees, voor het eerst in jaren herkende ik tante Trees weer, een lichte blos, geen uitgemergeld gezicht meer, maar volle wangen en een serene blik.

Ron boog voorover om zijn moeder een kusje te geven terwijl hij vrolijk door babbelde, zijn rechterhand op haar schouder, “Tante Riek en Tante Hed zijn er en Paul ook”. De ogen gingen open, een brede lach verscheen op de tandenloze mond, “Hallo” zei ze zachtjes, voordat de ogen weer dicht ging.

Herhaling, dacht ik. Er was natuurlijk geen videocamera aanwezig, maar ik heb mij aangeleerd om in mijn hoofd wat er net gebeurd is, terug te spoelen en nogmaals te bekijken. Vooral handig bij LBW, dan hoeft die wijsvinger niet onterecht omhoog. Inderdaad de ogen gingen open, er verscheen een lach en een zwak “Hallo”.

Erg actief was tante Trees niet, zij sloot haar ogen om de paar minuten. “Mama, is na het eten altijd moe, dan is ze gewend te slapen.” Legde Ron uit. Tante Trees had nog wel een paar keer duidelijk hoorbaar “Ja ja ” gezegd en vriendelijk, breeduit naar haar nichten gelachen. Mama en Tante besloten te vertrekken.

“Zullen wij voordat we gaan nog een gebedje doen, Trees?” vroeg mijn moeder. Ron en ik wisselden een blik van verstandhouding. “Here Jezus,”, galmde de stem van mijn frêle moedertje door de ruimte. Mama, Tante Hed en Ron, hoofd gebogen, ogen gesloten, handen gevouwen, gingen door in gebed. Een vertederende aanblik, zou de andere patiënte in de kamer? Ik draaide mij halfom om haar in beeld te krijgen: zij onderwierp die plek aan het plafond, nog steeds aan een inspectie.

“Ik ga alvast de auto halen.”, zei ik om mij uit de voeten te maken in de wetenschap dat ik voldoende tijd zou hebben om mijn nicotine- en teerarmoede, tijdelijk op te heffen. In mijn haast buiten te komen stond ik voor de deur waardoor ik het hoofdgebouw was binnen gekomen. De deur ging niet open. “U moet aan de andere kant naar buiten” klonk de stem van de receptioniste achter mij. Ach, ja natuurlijk. Ik begaf mij naar de andere deur, rechts van het schot dat de deuren scheidt. “U moet het jaartal intikken om de deur te openen.”

Vragend keek ik haar onnozel aan, nadat ik verschillende keren 4 cijfers had ingetikt. Zonder voor maar één fractie van één seconde de vriendelijke blik in de ogen of de glimlach op de lippen te onderbreken, maakte de receptioniste aanstalten om op te staan en te kijken waarom de deur niet openging. “Het is toch 1995?”, vroeg ik onnozel, met een zwaar Indisch accent. Ze keek mij aan met het op één paar na, mooiste vel blauwe ogen die ik ooit heb gezien, lachte spontaan en groette mij vriendelijk terug, toen ik naar buiten ging. Een leuk mens, gevoel voor humor, prachtige ogen, maar zoals altijd: te jong.

Theo Joekes, politicus en dichter: “Trouw nooit met een jongere vrouw; het leidt tot frustratie en berouw!”

Het was reuze gezellig bij Ada en mijn meest geassimileerde broer Andre. Hun vrienden Ineke en Herman zijn er ook. Zoals altijd om door een ringetje te halen. Herman is enkele jaren geleden door een herseninfarct getroffen; maar is er gelukkig nog, hij is een begenadigd musicus en de personificatie van zachtmoedigheid. De drie douairières, nemen plaats op de bank en laten zich verwennen.

Vooral mijn moeder zondigt, ze lijdt aan diabetes, maar laat zich de bon bons, koekjes, taartjes en gebak goed smaken. Haar thee drinkt ze met één zoetje; maar zij werkt op één verjaardag meer gebak naar binnen dan ik in een heel jaar. Maar het is háár leven.

Ze heeft gezien hoe een andere lieve nicht van haar, tante Grote Wies, (wij hebben nog een andere Wies, u raadt het al Kleine Wies en mijn zoon Laurens doet het met ene Wies, die zullen wij dan maar Mooie Wies gaan noemen), wegens hetzelfde euvel meerdere keren een stuk been verloor om vervolgens toch binnen enkele maanden na de amputaties te overlijden. Een neef van haar Han briljante keukenprins, node gemist, door mij het meest vanwege de lekkerste Indische pasteitjes die ik ooit gegeten heb, het recept waarvan tezamen met zijn andere specialiteiten, met hem schijnt begraven te zijn, verloor eerst zijn zicht en daarna het leven. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Van wie zou ik toch hebben dat ook wanneer het om het leven gaat, kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit?

Na het altijd overvloedige en lekkere eten, wanneer het huis vol begint te lopen met andere vrienden en familieleden, is het moment gekomen om te vertrekken. Nadat Oma Pauline, thuis is gebracht aan het Notenplein, waar behalve oude dames, ook prachtige niet zo oude wonen.

Ik installeer mij op de bank, met een borreltje. Mijn eerste die dag, het is de chauffeur natuurlijk niet toegestaan om gedurende werktijd alcohol te nuttigen. Hij houdt het dan op een heerlijk soort appelsap, dat discreet in een jus glaasje wordt geserveerd. Het sap is afkomstig uit Noord Frankrijk, ontdekt door zijn avontuurlijke broer, die er slechts 28 opeen volgende jaren komt en niet zonder jerrycans van de naar de streek genoemde Calvados genoemde drankje, huiswaarts keert. De TV aan, BBC 2.

De dames bereiden zich voor om zich voor de nacht terug te trekken. Voordat ze dat doen komen ze nog even binnen voor een gezamenlijk gebed.

Heerlijk, morgen is het weer Zondag. Een vast programma voor de dames die na het opstaan en ontbijt voor de TV plaats nemen om te genieten van een aantal programma’s. Hour of Power. Een van Nederlandse voorouders afstammende dominee Schuller, heeft een bescheiden kerkje gebouwd in de buurt van LA, zorgvuldig omgaand met gedoneerde fondsen, heeft deze godvrezende man, die wars is van alles wat met commercie te maken heeft, het gebouwtje ietwat pompeus de “Crystal Cathedral” genoemd, neergezet.

Schuller heeft een TV parochie, met miljoenen kijkers over de gehele wereld, gelukkig allemaal van tijd tot tijd, bereid tot een kleine donatie. De stichter Robert Schuller, begint aardig op leeftijd te raken en heeft het leiderschap van de gemeente overgedragen aan de best mogelijke door hem zelf opgeleide kandidaat, heel toevallig zijn geliefde zoon, toevallig ook Robert genoemd. Cynici beweren dat hier sprake is van een familiebedrijf, maar de duivel heeft z’n handlangers, wees gewaarschuwd! Ik ben er heilig van overtuigd dat de Schullers voldoen aan het voorschrift om de tiende penning af te staan, zoals het Goede Boek voorschrijft. Van mij mag dat, het is een uitkomst dat deze kerkdienst wordt gevolgd. Handig, je hoeft er de deur niet voor uit.

Als ik in Amerika ben; kijk ik hele nachten naar Bijbel TV, na tientallen jaren, ben ik er nog steeds niet op uitgekeken; het enige genre horror TV dat ik volg.

Na de vrome Schullers, komt ieder zondagochtend Arie van der Veer. Volgens mij heeft hij de boodschap niet helemaal begrepen, ik verdenk die man er van 100% van wat er binnenkomt aan giften aan het beoogde doel te spenderen. Ongehoord.

“Polly”, de kerkdiensten waren aan het aftitelen, “vind jij, het niet wonderbaarlijk die vooruitgang die de Heer, tante Trees heeft gegeven?”
“Ja moeder, ze ligt er een stuk beter bij dan verleden keer.”
“Maar Polly, dat jij ooit gedacht dat zij weer zou spreken? Een wonder.”
“Ja Mama.”
“Zie jij nu, dat het helemaal verkeerd zou zijn geweest haar te euthanaseren?”
“Ja Mama.”
Mama tevreden, de Heere dankbaar voor het mij verleende inzicht, gaat over tot de orde van de dag.

Voor Mama en tante Hed is euthanasie uit den boze. Dat zal daarom voor hen ook nooit gebeuren. Ik heb nooit voorgesteld om mijn tante Trees te euthanaseren. Ik heb alleen gezegd dat ik wel een portie “eute nassi” zou willen krijgen voordat ik het stadium bereik, waarin mijn tante zich toen bevond, 4 jaar geleden.

De moeilijkheid is dat artsen slechts in uitzonderingsgevallen, bereid zijn een dergelijk verzoek in te willigen. Je mag aangeven je lijden wanneer je ongeneeslijk ziek bent, tot een minimum te willen beperken en in een uitzichtloze situatie, te opteren voor euthanasie. Een dergelijke wilsbeschikking is alleen geldig als je geheel bij zinnen bent op het moment dat de daad bij het woord moet worden gevoegd en dat is niet het geval, als je geheel dement bent.

Het feit dat je in het verleden hebt aangegeven in een dergelijke situatie een spuitje te willen, is geen enkele verzekering, dat je er op het moment suprème er nog zo over denkt. Geen enkele arts is bereid aan een dergelijk verzoek te voldoen.

Als Opa moet je dan vertrouwen dat je lieve kleinzoons bereid zijn om de uit hen geperste belofte om, indien artsen te schijterig zijn om het verlossende spuitje toe te dienen, zoals geïnstrueerd, hun belofte gestand te doen en een kussen op je gezicht plaatsen, goed mond en neusgaten afsluitend en er onopgemerkt 10 minuten op gaan zitten. Schandelijk dat je als Opa je kleinzonen met een dergelijk dilemma opscheept. Inderdaad! Tegelijkertijd heel geruststellend, dat de jongens bereid zullen zijn, om als de experts het aflaten hun Opa uit zijn lijden te verlossen. Ik kan rustig gaan slapen in de wetenschap dat ervoor zal worden gezorgd dat ik rustig kan inslapen, wanneer het zover is!

Geen opmerkingen: